Gedachten over de godsdienst

Blaise Pascal

 

(1623 – 1662)

 

Frans wiskundig genie,

natuurkundige, polemist,

wijsgeer en apologeet.

 

 

Pascal is een christelijk denker en schrijver wiens grote aantrekkingskracht vooral ligt in zijn religieuze persoonlijkheid. Daarbij komt dat hij de gave bezat zijn religieus beleven zo direct uit te leggen dat ook wij nu nog bij het lezen worden ontroerd. Pascal is door deze existentiële houding actueel in onze tijd.

 

Gedachten over de godsdienst. Een verkorte populaire bewerking door Sipke van der Land uit meer dan duizend gedachten van de 17e eeuwse Franse schrijver / filosoof / wiskundige.

Van Blaise Pascal is verschenen het boek in de Nederlandse taal “Gedachten” (vertaald uit het Frans van Pensées) in de uitgave van Uitgever Boom (Amsterdam), 1997.

 

De vader van Blaise Pascal, hoofd van het gerechtshof in Clermont-Ferrand, gaf zijn post op om zijn kinderen een betere opvoeding te gunnen en vestigde zich in Parijs. Hij was zelf een groot wiskundige en zag tot zijn genoegen dat de jonge Blaise zich in snel tempo op alle gebieden van de exacte wetenschap ontwikkelde; hij verwachtte niet ten onrechte dat zijn zoon hem op het terrein van de wiskunde, maar ook op dat van de filosofie, verre zou overtreffen. Een ongeluk dat de vader overkwam, leidde tot het contact van het hele gezin met het jansenisme (al ging Blaise Pascal daartoe pas later over): twee edellieden lieten hem en al de andere familieleden de geschriften van de godgeleerde Jansenius, Arnauld en de belangrijke theoretici van deze beweging lezen.

 

De invloed van het jansenisme op zijn leven en werken is zeer groot geweest, maar aan het einde van zijn leven verminderde de lust tot polemiseren en stierf hij trouw aan de Katholieke Kerk. De moeilijkheid van een eenzinnige interpretatie blijft echter bestaan, vooral omdat zijn belangrijkste werk, zijn Pensées, een apologie voor het Christendom, onvoltooid is gebleven en de verschillende uitgaven anders zijn gerangschikt, zonder dat de uitgevers kunnen aantonen welke volgorde en zelfs welke gedachten zeker van Pascal zijn.

Pascal wilde geen wijsgerig systeem geven, maar brengt desondanks een mensbeeld naar voren. Dit gaat uit van het eigen beleven. Persoonlijke ervaring van eigen onmacht door ziekten en gebreken, het falen van het eigen scherpte verstand ten opzichte van de mysteries, worden nog verhevigd door het jansenistisch milieu.

 

De leer van Jansenius kenmerkt zich de gedachte dat reeds bij de geboorte door God was vastgesteld wie uitverkoren zou worden, en wie niet Zijn genade deelachtig zal worden; de mens weet dit zelf niet en is, hoe dan ook, verplicht, streng de hand aan zijn gedrag te houden, open te staan voor de naaste, te mediteren en zich niet aan luxe te buiten te gaan.

 

 

 

Inhoud

 

Over de genade  -  Ik ben gelukkig  -  Jezus spreekt  -  Twee dingen  -  Twee bewijzen

Eerlijk gezegd  -  De dwaasheid van het kruis  -  Over de islam  -  De joodse godsdienst  -  Het joodse volk

Over de bijbel  -  De kerk en de waarheid  -  De profeten (1)  -  De profeten (2)

Bewijzen voor Jezus (1)  -  Bewijzen voor Jezus (2)  -  Bewijzen voor Jezus (3)

Over de wonderen (1)  -  Over de wonderen (2)  -  Over de wonderen (3)

 

 


Over de genade

 

Alleen de genade kan van een mens een heilige maken. Wie daaraan twijfelt, weet niet wat een heilige is en niet wat een mens is.

 

Er zijn maar twee soorten mensen: rechtvaardigen die zichzelf zondaars vinden, en zondaars die zichzelf rechtvaardig vinden.

 

Jezus Christus heeft niets anders gedaan dan de mensen leren dat ze elkaar lief moeten hebben; dat ze slaven zijn, blind, ziek, ongelukkig en zondig; dat het nodig was dat Hij hen kwam verlossen, verlichten, zalig maken en genezen; en dat dit gebeurt als je jezelf verloochent en Hem volgt door de ellende en dood van het kruis.

 

We kennen God alleen door Jezus Christus. Maar we kennen onszelf ook alleen door Jezus Christus. We kennen het leven en de dood alleen door Jezus Christus. Buiten Hem om weten we niet wat ons leven is en wat onze dood is, niet wat God is en niet wat we zelf zijn. Zonder de bijbel, die alleen Jezus tot onderwerp heeft, zien we alleen maar duisternis en verwarring om ons heen.

 

Hier volgt een waarheid van het grootste belang: we kunnen de genade even gemakkelijk ontvangen als verliezen, want we lopen altijd het dubbele gevaar van wanhoop óf hoogmoed.

 

 

 

Ik ben gelukkig

 

Niemand is zo gelukkig als een echte christen, niemand zo verstandig, zo goed en zo sympathiek. Het christelijk geloof maakt je sympathiek en gelukkig tegelijk.

 

Ik houd van de armoede omdat Jezus van de armoede hield. Ik houd van aardse bezittingen als ik er andere mensen mee kan helpen. Ik blijf trouw aan de mensen om me heen. Ik vergeld geen kwaad met kwaad, maar ik wens degenen die me kwaad doen hetzelfde als ik heb: niet afhankelijk te zijn van het goed en kwaad van de mensen. Ik probeer rechtvaardig te zijn, echt, eerlijk, trouw tegenover alle mensen. Ik heb tere gevoelens voor hen aan wie God mij speciaal verbonden heeft. En of ik nu alleen ben of onder de mensen, altijd houd ik mijn oog op God gericht bij alles wat ik doe, want God moet mijn daden beoordelen en ik ben hem toegewijd.

 

Dit zijn mijn gevoelens. Elke dag van mijn leven ben ik mijn Verlosser dankbaar dat Hij deze gevoelens in me gelegd heeft. En ik ben dankbaar dat Hij van een man vol zwakheden, ellende, begeerte, zonde, trots en eerzucht een mens gemaakt heeft die vij is van al die kwalen. Alle eer daarvoor komt toe aan de kracht van de genade, want uit mezelf heb ik niets anders dan dwaling en ellende.

 

 

Jezus spreekt

 

Troost je maar. Je zou mij niet zoeken als je mij al niet gevonden had.

Je bekering is Mijn zaak... vrees niet en bid met vertrouwen, alsof het om Mij ging.

 

De dokters zullen je niet altijd genezen, maar je moet toch eenmaal sterven. Ik genees je en maak je onsterfelijk.

 

In Mijn doodstrijd heb Ik aan je gedacht, en Ik heb Mijn druppels bloed voor je vergoten. Wil je dat het Mij altijd bloed zal kosten en wil je dan zelf geen traan laten?

 

Ik ben meer je vriend dan deze of gene. Ik heb meer voor je gedaan dan anderen, en zij zouden niet voor je lijden en sterven, als je ontrouw en slecht was, zoals Ik gedaan heb en doe in mijn uitverkorenen.

 

Ik ben dicht bij je door Mijn woorden in de bijbel, door Mijn Geest in de Kerk, door wat Ik je ingeef, door de leiding van de geestelijken, en door Mijn gebed in de gelovigen.

 

 

 

Twee dingen

 

De kern van de christelijke godsdienst is het geheim van de Verlosser, die tegelijk de goddelijke en menselijke natuur had, en de mensen uit het verderf van de zonde heeft getrokken om ze met God te verzoenen in Zijn goddelijke persoon.

 

De christelijke godsdienst leert de mensen dus twee dingen. Ten eerste dat er een God is die voor ons bereikbaar is. Ten tweede dat onze menselijke natuur zo verdorven is dat we het niet waard zijn. We moeten deze beide waarheden goed beseffen, want het is gevaarlijk als we God niet kennen en niet weten hoe slecht we zelf zijn. Het is even gevaarlijk als we weten hoe slecht we zelf zijn en de Verlosser niet kennen die ons ervan genezen kan. De wijsgeren zijn soms hoogmoedig omdat ze God kennen en niet zichzelf.

De ongelovigen zijn soms wanhopig omdat ze wel hun eigen kwaad kennen maar niet de Verlosser. God is zo goed geweest om ervoor te zorgen dat beide waarheden ons bekend gemaakt zijn. Allen die dwalen, dalen alleen omdat zij één van deze twee dingen niet zien. Je kunt God kennen zonder je eigen zonde te kennen, en je kunt je eigen zonde kennen zonder God te kennen, maar als je Jezus Christus kent, dan ken je én God én je zonde.

 

Daarom hoef ik niet te proberen op natuurlijke gronden het bestaan van God te bewijzen, of de Drie-eenheid, of de onsterfelijkheid van de ziel, of iets van die aard. Niet alleen omdat je verharde gelovigen toch niet kunt overtuigen, maar ook omdat alle bewijzen waardeloos en zinloos zijn zonder Jezus Christus. Je kunt God niet vinden buiten Jezus Christus om.

 

Twee bewijzen

 

Zonder Jezus Christus zou de wereld niet bestaan. Dan zou de wereld verwoest moeten worden of het zou voor ons een hel worden. Als de wereld bestond om ons mensen te leren wie God is, zou Zijn goddelijkheid overal onmiskenbaar stralen. Maar de wereld bestaat alleen door en voor Jezus Christus en om de mensen te leren hoe zondig ze zijn en hoe ze verlost kunnen worden, en daarom straalt alles van de bewijzen híervoor.

 

God is verborgen voor wie Hem niet zoeken, maar Hij openbaart zich aan wie Hem zoeken. We hoeven alleen maar te weten dat we zondig zijn en door Jezus Christus verlost kunnen worden. Er bestaan twee bewijzen voor die twee dingen. De ongelovigen die onverschillig staan tegenover het evangelie, en de joden die er de onverzoenlijke vijanden van zijn.

 

Er is niets op aarde dat niet de zonde van de mens aantoont of de barmhartigheid van God. De onmacht van de mens zonder God. De macht van de mens met God.

 

Het zal één van de verschrikkelijke ontdekkingen van de verdoemden zijn dat zij veroordeeld worden door hun eigen verstand, waarmee ze de christelijke godsdienst hebben verworpen.

 

 

Eerlijk gezegd

 

De godsdienst is zo iets groots, dat het eerlijk is dat je er buiten valt als je niet de moeite neemt om de duistere vragen uit te zoeken. Er valt niets te klagen want je kúnt de godsdienst vinden als je hem zoekt.

 

Voor de uitverkorenen keert alles zich ten goede, zelfs de duistere dingen in de bijbel, want zij hebben altijd eerbied voor God. Maar voor de anderen keert alles zich ten kwade, zelfs de dingen die hen duidelijk zijn, want zij ontkennen ze vanwege de andere dingen die hen duister zijn.

 

De natuur heeft volmaaktheden om te laten zien dat zij het beeld van God is, maar ook gebreken om te laten zien dat zij alleen het bééld van God is.

 

Halfslachtige mensen kennen de waarheid wel, maar staan er alleen achter als het van pas komt, en verder geloven ze het wel.

 

We zouden graag laf willen zijn als we daarmee de naam konden krijgen dat we dapper zijn!

 

Nooit doe je het kwade zo van harte als wanneer je het met een gerust geweten doet.

 

 

 

De dwaasheid van het kruis

 

Deze godsdienst is rijk aan wonderen, heiligen, vromen, zuiveren, geleerden en grote mannen, getuigen, martelaars, gezalfde koningen, mensen van vorstelijke afkomst. Deze godsdienst is groot in wetenschap, en spreidt eerst al zijn wonderen en wijsheid ten toon, maar verwerpt daarna alles en zegt dat wijsheid en tekenen niet belangrijk zijn, maar dat het gaat om de dwaasheid van het kruis.

 

Alle tekenen en wijsheid kunnen ons niet veranderen en ons niet zover brengen dat we God kennen en liefhebben. Dat kan alleen de kracht van de dwaasheid van het kruis, zonder wijsheid en tekenen. Onze godsdienst is dus dwaas als je ziet waar het om gaat, en wijs als je let op de wijsheid die eraan vooraf ging.

 

Onze godsdienst is wijs en dwaas. Wijs omdat hij zo rijk is aan kennis en zo sterk gefundeerd op wonderen, profetie, enzovoorts. Dwaas omdat je daardoor nog niet tot deze godsdienst behoort. Je gelooft door het kruis. De apostel Paulus kwam met wijsheid en tekenen, maar hij zei dat hij niet met tekenen en wijsheid kwam, want hij kwam om te bekeren.

 

 

 

Over de islam

 

De christelijke godsdienst is niet de enige. Dat is geen reden om te denken dat hij niet de ware is; integendeel, er blijkt uit dat hij het wèl is.

 

De islam heeft tot grondslag de Koran en Mohammed. Maar is deze profeet de laatste verwachting van de wereld? Wat is het verschil tussen hem en ieder ander mens die zich voor profeet uitgeeft? Welke wonderen zegt hij zelf gedaan te hebben? Welke geheimen heeft hij volgens zijn eigen overlevering geleerd? Welke moraal en welk heil?

 

De Koran zegt dat Mattheus een rechtschapen man was. Maar als Mohammed dit zegt van Mattheus, de schrijver van het christelijk evangelie, dan is hij een valse profeet, want óf hij aanvaardt wat Mattheus geschreven heeft over Jezus Christus, óf hij noemt een bedrieger een rechtschapen man.

 

Mohammed is niet voorspeld. Jezus Christus wel. Mohammed is vermoord. Jezus heeft zich opgeofferd. Mohammed koos de weg van het succes. Jezus koos de weg van de ondergang. Ieder mens kon doen wat Mohammed heeft gedaan, want hij heeft geen wonderen gedaan en is niet voorspeld. Geen mens kan doen wat Jezus Christus heeft gedaan.

 

 

 

 

 

De Joodse godsdienst

 

De joodse godsdienst is goddelijk in zijn gezag, zijn lange duur, zijn voortbestaan, zijn moraal, zijn leer en zijn gevolgen.

 

De enige godsdienst die in gaat tegen de natuur, het gezonde verstand en tegen onze genoegens, is de enige die er altijd geweest is.

 

Geen enkele godsdienst dan de onze heeft geleerd dat de mens in zonde geboren wordt. Geen andere godsdienst heeft dus de waarheid gesproken.

 

Je mag de joodse godsdienst niet beoordelen naar de slechte aanhangers. Deze godsdienst is te vinden in de heilige boeken en in de overleveringen van de profeten. Zo is de christelijke godsdienst te vinden in het evangelie en de overlevering van de apostelen, maar belachelijk als je kijkt naar de slechte aanhangers.

 

De ware joden en de ware christenen hebben altijd een Messias verwacht, die hen zou leren om God lief te hebben en door deze liefde te overwinnen. De christelijke godsdienst is gegrondvest op de joodse godsdienst.

 

Ik geloof dat Jozua (=Jezus) de eerste was die deze naam droeg onder het volk van God, en dat Jezus Christus de laatste was met die naam.

 

 

 

Het Joodse volk

 

De joden gaan liefdevol en trouw met hun bijbel (thora) om. Toch staat er in hoe Mozes zegt dat ze levenslang ondankbaar zijn geweest tegenover God, en dat hij weet dat ze nòg ondankbaarder zullen worden na zijn dood, en dan roept hij hemel en aarde tot getuigen tegen hen dat hij hen vaak genoeg gewaarschuwd heeft. Mozes zegt ook dat God tenslotte zo kwaad zal worden dat Hij het volk zal verstrooien tussen alle volken van de aarde. En: zoals zij God hebben uitgedaagd door vreemde goden te aanbidden, zal God hen uitdagen door een ánder volk te roepen als zijn volk. En Mozes wilde dat al zijn woorden voor altijd bewaard zouden worden en dat zijn boeken in de ark van het verbond werden gelegd om voor altijd tegen hen te getuigen.

 

Het is verbazingwekkend dat het joodse volk al zoveel jaren bestaat en altijd in ellende leeft. Als bewijs voor Jezus Christus is het nodig dat ze altijd bestaan. Het lijkt onmogelijk om altijd in de ellende te zijn en toch voort te bestaan, maar toch is het een feit.

 

Het is klaarblijkelijk een volk dat geschapen is om de Messias tot getuige te dienen (Is. 43:9, 44:8). Het bewaart de boeken en heeft ze lief, maar begrijpt ze niet. En dat alles is voorzegd: het oordeel van God is hen toevertrouwd, maar als een verzegeld boek.

Over de bijbel

 

In de bijbel staan gedeelten die we niet met elkaar in overeenstemming kunnen brengen. Om de bijbel te bewijzen moeten we weten hoe alle tegengestelde gedeelten overeenstemmen. In Jezus Christus worden ze opgelost. Als we de wet en de offers en het koningschap alleen lezen als werkelijkheid, krijgen we tegenstrijdigheden. Zelfs binnen één boek en één hoofdstuk. Het kan dus niet anders of we hebben te maken met voorafbeeldingen. Er wordt gezegd dat de wet veranderd zal worden, dat het offer veranderd zal worden, dat er een nieuw verbond zal komen. Maar er wordt ook gezegd dat de wet en het offer en het verbond eeuwig zijn. Is dat tegenspraak? In Christus wordt alles vervuld. Als je dit geheim kent, zul je het altijd zien.

 

De sluier die over de bijbelboeken ligt voor de joden, ligt er ook voor de slechte christenen en voor allen die zichzelf niet wegcijferen. Maar wie zichzelf wegcijfert kan de bijbel heel goed begrijpen en Jezus Christus leren kennen.

 

Wie zich van de liefde losmaakt, maakt zich los van God.

 

Als je God zoekt met je hele hart, en heel verdrietig bent wanneer je niet in zijn nabijheid bent, en geen andere verlangens hebt dan God te vinden; dan heb ik goed nieuws voor je: er is een Verlosser, ik zal je laten zien dat er een God voor je is, ik zal bewijzen dat een Messias beloofd is die je zal verlossen van het kwaad.

 

 

De Kerk en de waarheid

 

De geschiedenis van de kerk moesten we eigenlijk de geschiedenis van de waarheid noemen.

 

Het zou erg moeilijk worden als de waarheid geen zichtbare kenmerken had. Er is één bewonderswaardig kenmerk: de waarheid is altijd te vinden geweest in een zichtbare gemeenschap.

 

Als je op een schip vaart dat door de storm wordt gebeukt, is het niet zo erg als je zeker weet dat het schip niet zal vergaan. De vervolgingen die de kerk teisteren zijn van die aard.

 

De vervolgingen gaan altijd maar door, hoe moedig de christenen ook zijn, en dat is het beste kenmerk van het geloof.

 

De kerk is altijd bestreden door tegenstrijdige dwalingen, maar misschien nooit tegelijkertijd zoals tegenwoordig. Dat is wel erg lastig voor de kerk, maar er zit dit voordeel in dat de dwalingen elkaar vernietigen.

 

De waarheid is heden ten dage zó verduisterd, en de leugen zó algemeen, dat je de waarheid alleen nog maar kunt vinden als je de waarheid echt liefhebt.

De Profeten (1)

 

De angst slaat mij om het hart als ik zie hoe verblind en ellendig de mens is. We zijn in het donker aan onszelf overgelaten, verdwaald in een uithoek van de wereld, en we weten niet wie ons hier heeft neergezet, wat de bedoeling van het leven is, wat er na de dood van ons terecht zal komen, niets weten we. Het leven lijkt een nachtmerrie waarin je op een onbewoond eiland bent beland, maar je weet niet waar je bent en je kunt er ook niet af komen. Het verbaast me dat de mensen hier niet wanhopig van worden. Ik vraag de mensen wel eens of ze soms méér weten dan ik. Dan zeggen ze van niet, en de ongelukkige verdwaalden kijken om zich heen, en ze ontdekken een paar leuke dingen en daar geven ze zich aan over. Ik zelf heb niets kunnen vinden om me aan over te geven. Maar ik heb me wel afgevraagd of er niets ánders te vinden is, en ik heb gezocht of God iets van zich heeft laten horen.

 

Er zijn verschillende godsdiensten en die zijn allemaal tegenstrijdig. Ze vragen allemaal geloof maar iedereen kan zich wel profeet noemen. Maar in de christelijke godsdienst zie ik dat de profetie vervúld is. De synagoge is voorafgegaan aan de kerk. De joden zijn voorafgegaan aan de christenen. De profeten hebben de christenen aangekondigd. Johannes de Doper heeft Jezus Christus aangekondigd.

 

Het grootste bewijs voor Jezus Christus zijn de profeten. God heeft gezorgd dat de profetie werd vervuld en dat is een voortdurend wonder, van de kerk tot het einde. Het evangelie van Jezus Christus moest over de hele wereld geloofd worden. Het zou op toeval lijken als dat alles niet voorzegd was. Als iemand een boek met voorspellingen geschreven had over de komst van Jezus, en dat was allemaal uitgekomen, dan was dat een sterk bewijs. Maar nu hebben een heleboel mensen die vierduizend jaar lang deze zelfde komst voorspelden, met een zekerheid waar ze niet van af te brengen waren, hoe ze ook bedreigd en vervolgd werden. Dat is nog veel sterker bewijs.

 

 

De Profeten (2)

 

Er is voorspeld dat de Messias in zijn tijd een nieuw verbond zou komen instellen. Dat verbond zou niet bestaan uit uiterlijke dingen maar in de harten van de mensen. En zo is toch het christelijk geloof?

 

Er is voorspeld dat de afgoderij omver geworpen zou worden. Dat de Messias alle afgodsbeelden zou vernietigen en de mensen zou brengen tot de dienst van de ware God. Dat de afgodstempels verwoest zouden worden en dat de Messias gediend zou worden onder alle volken, overal ter wereld.

 

Er is voorspeld dat Hij Koning zou zijn over joden en heidenen. Deze beide groepen hebben samengespannen om Hem te doden, maar toch heerst Hij over beide groepen. Hij heeft de offerdienst in Jeruzalem opgeheven en er zijn eerste kerk van gemaakt. Hij heeft de afgodendienst in Rome opgeheven en er zijn belangrijkste kerk gesticht.

 

Als ik nooit eerder van de Messias gehoord zou hebben, dan zou ik toch uit die bewonderenswaardige voorspellingen hebben begrepen dat God in het geding was. En dan zou ik uitzoeken of de voorspelde Messias al gekomen was. Omdat er geschreven staat dat Hij zou komen voordat de tweede tempel verwoest zou worden, zou ik dan weten dat Hij inderdaad gekomen is, want die tempel is verwoest in het jaar 70 van onze jaartelling.

 

Er is ook voorspeld dat de Messias de volmaakte weg zou leren. En er is vóór Hem of na Hem nooit iemand geweest die iets goddelijks heeft gebracht wat met Hem te vergelijken is. Profeteren is spreken over God, niet door zichtbare bewijzen maar door innerlijke ervaring, rechtstreeks.

 

 

Bewijzen voor Jezus (1)

 

Deze godsdienst is mij lief. Want het is eerlijk dat een zuivere God zich alleen openbaart aan mensen met een gezuiverd hart. We hebben hier te doen met een volk dan alle andere volken. En dat volk heeft Jezus aangekondigd vóór zijn komst en aanbeden na zijn komst. Het is dus niet één enkel mens die het zegt, maar een heel volk. Hoe meer ik dit volk bestudeer, hoe meer waarheden ik vind in wat er voorafging aan Jezus en wat er volgde.

 

Daarom strek ik mijn armen uit naar mijn Verlosser. Vierduizend jaar lang is Hij voorspeld, en toen Jij kwam gebeurde er precies wat er voorspeld was. En door zijn genade durf ik de dood met vrede tegemoet te zien, en ik hoop eeuwig met hem verenigd te worden. En ik leef blij, als Hij met het goede schenkt, maar ook als Hij me voor mijn welzijn moeilijkheden te dragen geeft, want dat heeft Hij me door zijn eigen voorbeeld geleerd.

De mensen die moeite hebben om te geloven, beroepen zich wel eens op het feit dat de joden óók niet konden geloven in Jezus. Ze zouden haast willen dat de joden wél geloofd hadden, want dan was het voor hen ook makkelijker. Maar juist het óngeloof van de joden is de grondslag van ons geloof. Als de joden allemaal door Jezus Christus bekeerd waren, zouden we alleen maar verdachte getuigen gehad hebben. En als ze uitgeroeid waren, zouden we helemaal geen getuigen hebben.

 

Waarom hebben de joden niet geloofd in Jezus? In de eerste plaats was dat voorspeld. Zoals ook voorspeld was dat ze niet uitgeroeid zouden worden. Voor de heidenen is er geen Verlosser want zij verlangen er zelfs niet naar. Voor de joden is er ook geen Verlosser want zij hopen er tevergeefs op. Er is alleen een Verlosser voor de christenen.


Bewijzen voor Jezus (2)

 

Wat zeggen de profeten van Jezus Christus? Dat Hij duidelijk God zal zijn? Nee, dat Hij een verborgen God is, en dat Hij miskend zal worden, en dat men zal denken dat Hij het níet is, dat Hij een steen des aanstoots is waar velen zich aan zullen stoten. Laat men ons dus geen gebrek aan duidelijkheid verwijten, want we komen er eerlijk voor uit dat het niet makkelijk is om in Hem te geloven.

 

God heeft Hem op deze manier laten voorspellen en komen, om Hem onherkenbaar te maken voor de slechten, en om Hem bekend te maken aan de goeden. Niet alle joden wezen Jezus Christus af. De heiligen namen Hem aan. De anderen verwijten Jezus Christus volgens al hun geschriften, in de Talmoed en bij de Rabbijnen, dat Hij de volkeren niet met geweld heeft onderworpen. Ze zeggen: Hij is gedood, Hij is bezweken, Hij heeft de heidenen niet overmeesterd, Hij heeft de buit niet gegeven, Hij brengt ons geen rijkdom. En juist daarom heb ik Hem lief. En met hun afwijzing zijn de joden onverdachte getuigen en vervullen ze de profetie. Ze hebben Jezus het laatste kenmerk van de Messias gegeven door Hem te doden, om hem niet als Messias te hoeven erkennen. Het lijkt zo tegenstrijdig: een God vernederd tot in de dood van het kruis; een Messias die de dood overwint door te sterven.

 

Jezus Christus moest een nieuw groot volk voortbrengen, uitgelezen, heilig en uitverkoren. Hij moest het leiden, opleiden en het voeren naar het land van rust en heiligheid. Hij moest zijn volk heilig maken voor God, er tempels voor God van maken, het volk met God verzoenen, redden van Gods toorn, bevrijden van de slavernij van de zonde, wetten geven en in hun hart prenten. Hij moest zich voor hen aan God wijden, zich voor zijn volk opofferen, een onbevlekt offerlam zijn en tegelijk de hogepriester. Hij moest zijn lichaam en bloed offeren, en tegelijk brood en wijn offeren aan God...

 

 

 

Bewijzen voor Jezus (3)

 

Jezus Christus komt de mensen zeggen dat zij geen andere vijanden hebben dan zichzelf. Want hun hartstochten scheiden hen van God, en hij komt om die uit de weg te ruimen, en zijn genade te schenken. Hij gaat voor ons een heilige kerk maken en daarin heidenen en joden samenbrengen. Hij gaat de afgoden van de heidenen en het bijgeloof van de joden vernietigen. Alle mensen verzetten zich daar natuurlijk tegen. Vooral de koningen der aarde verenigen zich om deze nieuwe godsdienst uit te roeien, zoals voorspeld was. Alle grootheden van de aarde verenigen zich: geleerden, wijzen en vorsten. Sommigen schrijven, anderen veroordelen, weer anderen doden. En ondanks al die tegenstand weerstaan de eenvoudige en zwakke christenen al die machten. Ze onderwerpen zelfs deze geleerden, wijzen en vorsten en nemen de afgoderij weg. En dat alles gebeurt door de kracht die was voorspeld.

 


Welk mens is ooit zo beroemd geweest als Jezus? Het hele joodse volk voorspelt Zijn komst. Het heidense volk aanbidt Hem na Zijn komst. Beide volken beschouwen Hem als hun middelpunt. En toch heeft geen mens zo weinig genoten van zijn roem als Hij. Van de drieëndertig jaren dat Hij leefde, heeft Hij maar drie jaar in het openbaar opgetreden. En in die drie jaren gaat Hij door voor bedrieger; priesters en overheid verwerpen Hem; zijn vrienden en nabestaanden verachten hem. Tenslotte sterft Hij, verraden door een vriend, verloochend door een ander, en verlaten door allen. Geen mens heeft ooit zoveel smaad geleden, én geen mens is ooit zo beroemd geweest. Al die roem is óns ten goede gekomen want daardoor kennen wij Hem.

 

Er zijn mensen die alleen stoffelijke grootheid kunnen bewonderen, alsof er geen geestelijke grootheid bestaat. Maar er is iets wat veel groter en hoger is dan de geestelijke grootheid: de liefde. Die is van een oneindig hogere orde. O, onze Heer Jezus Christus is verschenen in grote pracht en in heerlijkheid voor de ogen die het zien, de ogen van het hart.

 

 

Over de wonderen (1)

 

Wonderen bepalen het geloof en het geloof bepaalt de wonderen. Wonderen bewijzen de waarheid want daar zijn ze voor. Het geloof heeft twee grondslagen, een innerlijke en een uiterlijke: de genade en de wonderen. Allebei zijn bovennatuurlijk. En zo wordt de héle mens overtuigd, naar lichaam en ziel.

 

De mensen hebben altijd gesproken over de ware God, maar de ware God heeft ook gesproken tot de mensen. Jezus Christus heeft waar gemaakt dat Hij de Messias was, niet zozeer door bewijzen te leveren uit de wet en de profeten, maar vooral door zijn wonderen. Hij bewijst dat Hij de zonden vergeeft door een wonder. En Hij zegt erbij: verheug u niet over de wonderen want het is veel belangrijker dat uw namen opgetekend zijn in de hemel. En: Als ze Mozes niet geloven, zullen ze een opgestane ook niet geloven. Nicodemus gaat geloven om de wonderen: “Wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan die tekenen doen die U doet, tenzij God met Hem is. Hij beoordeelt de wonderen niet naar de geloofsleer, maar de geloofsleer naar de wonderen.

 

De joden hadden een leer over God, zoals wij over Jezus Christus en die leer was door wonderen bevestigd. Toch wezen ze de profeten af die wonderen deden. En ze wezen Jezus af. Dat zou hen niet verweten kunnen worden, als ze de wonderen niet gezien hadden. Dus het hele geloof berust op wonderen. Augustinus zei: “Ik zou geen christen zijn als er geen wonderen waren. Redelijkerwijs moet je wel in wonderen geloven. Omdat er wonderen zijn, is het zonde om niet in Jezus te geloven. De wonderen zijn belangrijker dan je denkt: ze hebben de kerk tot grondslag gediend en zij zullen dienen om de kerk te laten voortbestaan, tot aan het einde.

 

 

 

Over de wonderen (2)

 

Hoe komt het toch dat zoveel mensen de leugenaars geloven die zeggen dat ze wonderen gezien hebben? Hoe komt het toch dat zoveel mensen de bedriegers geloven die zeggen dat ze je kunnen genezen? Dat komt omdat er behalve namaak en bedrog óók échte wonderen en échte genezing bestaat. Men zou nooit op het idee van valse geneesmiddelen zijn gekomen als er nooit echte geweest waren. Men weet dat de wetenschap tot veel in staat is, en daarom wordt men lichtgelovig. We moeten dus niet zeggen dat er geen echte wonderen bestaan omdat er zoveel valse wonderen bestaan. Integendeel: we moeten zeggen dat er zéker echte wonderen bestaan omdat er zoveel valse zijn.

 

 

 


Over de wonderen (3)

 

Het is zo duidelijk dat wij de enige ware God moeten geloven. We hebben geen wonderen nodig om dat te bewijzen. Jezus Christus heeft wonderen gedaan en daarna de apostelen en de eerste gelovigen, in groten getale. De profetieën moesten vervuld worden en de wonderen waren het enige bewijs. Er was voorspeld dat de Messias de volken zou bekeren. Bij de vervulling van deze profetie hoorden de wonderen. Nu zijn de wonderen voor de joden niet meer nodig, want de vervulde profetie is één doorlopend wonder.

 

De joden en de christenen hadden beide gehoord dat ze niet alle profetieën moesten geloven. Toch hechtten de farizeeërs en de schriftgeleerden grote waarde aan de wonderen van Jezus en probeerden te bewijzen dat ze van de duivel afkomstig waren. Als de wonderen namelijk van God kwamen hadden ze er immers in moeten geloven. Dat probleem hebben wij nu niet meer, we kunnen nu namelijk onderscheiden: wie in God en Jezus Christus gelooft, kan geen valse wonderen doen. Jezus zegt: Er is niemand die een kracht zal doen in mijn Naam en daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken (Marcus 9:39).

 

De kerk heeft drie soorten tegenstanders: de joden die nooit bij de kerk gehoord hebben; de ketters die de kerk verlaten hebben; en de slechte christenen die de kerk van binnen verscheuren. Al deze tegenstanders bestrijden de kerk op verschillende manieren, maar ze keren zich allemaal tegen de wonderen. Zelf hebben ze geen wonderen en de kerk wel. Ze komen met het smoesje dat de leer moet oordelen over de wonderen. Maar het is andersom: de wonderen oordelen over de leer. De wonderen zijn er voor de leer en niet de leer voor de wonderen.